Afscheid nemen

Trijnie en Joke zijn druk bezig met de voorbereiding voor het afscheid van hun vader. Hij was nooit zo’n prater en ze vinden het dus ook lastig om te bepalen wat hij belangrijk zou vinden voor zijn afscheid. Destijds voor hun moeder was het eigenlijk vanzelfsprekend, zij was gelovig en lid van de kerk in het dorp. Samen met de dominee en hun vader hebben ze toen de dienst besproken en eigenlijk ging het op de manier zoals in de kerk elke uitvaartdienst verliep. Na de zegen droegen de dragers de kist van moeder de kerk uit en gingen ze naar de begraafplaats waar door de dominee na het dalen van de kist het ‘Onze Vader’ werd gebeden. Het was een prachtige dienst, precies zoals moeder het graag gewild zou hebben. Ook voor vader, Trijnie en Joke was het een heel warm en troostrijk afscheid. Maar dat was 13 jaar geleden en vader ging al jaren niet meer naar de kerk. Een dienst met een dominee zal het niet worden. Maar hoe moet het dan nu? Na een aantal gesprekjes in de week voor de uitvaart komen Trijnie en Joke tot een invulling van de dag waarvan zij denken dat het goed bij hun vader past en waar zij ook mee verder kunnen. Ze willen vooral terugkijken op het leven van hun vader, die altijd hard gewerkt heeft en altijd voor hen klaarstond. Ze willen herinneringen aan hem delen. De bijeenkomst is wel in de plaatselijke kerk, net als bij mam, maar niet met een dominee en orgelspel, maar met een ingerichte ‘levenstafel’ met de dingen die hij gemaakt heeft met zijn gereedschap en met zijn vishengels. Dat was pa. Ze laten foto’s zien van hoe hij was als kind, van hun trouwen, van de kinderen en de vakanties op Vlieland. Maar ook foto’s van zijn laatste jaren in het verpleeghuis en de uitstapjes met de rolstoel voor een ijsje op het terras. Ook is er zijn favoriete Nederlandstalige muziek te horen. Trijnie en Joke lezen nog een brief aan hun vader voor die ze op de kist leggen. Daarna is hij begraven op het kerkhof in het graf bij zijn vrouw, eindelijk weer samen. Want hoe verschillend ze ook waren, de liefde was er altijd. Trijnie en Joke lopen naast elkaar de begraafplaats af, pakken elkaar vast bij de arm en glimlachen tevreden naar elkaar, het is goed zo, het was mooi. En bij het ‘diepje’ achter de kerk in het plaatselijke café drinken ze nog een glaasje en heffen ze het glas op het leven van hun ouders.