Een jaar later

Wanneer ik de eerste woorden schrijf op het kaartje één jaar na het overlijden van meneer, ga ik met mijn gedachten weer één jaar terug in de tijd. Meneer belde naar kantoor om een afspraak te maken voor een voorgesprek. “Ik ben ernstig ziek, mijn ziekte neemt steeds meer de overhand en ik ben er eigenlijk wel klaar mee “, vertelt hij mij. Hij wil graag op kort termijn een gesprek over zijn uitvaart, want hij wil dat zijn partner zoveel mogelijk ontlast wordt na al haar goede zorg die hij heeft mogen ontvangen. We spreken af voor de volgende dag bij hun thuis. Openhartig vertelt hij mij wat er speelt en hoe hij en zijn partner in het leven staan. Hij spreekt zijn wensen uit over de laatste periode van zijn leven. Bij leven wil hij afscheid nemen van zijn kleine kring van familie en vrienden. Van zijn partner neemt hij afscheid voordat hij komt te overlijden. Hij geeft aan dat het zoals het nu lijkt een gepland overlijden wordt. Hij staart even naar buiten en dan versnelt hij zijn spreken: “Je zult het misschien wel raar vinden, maar ik heb niet veel wensen. Ik wil alleen zo snel mogelijk na mijn overlijden overgebracht worden naar het crematorium. Het is ook niet de bedoeling dat er lang gewacht wordt met cremeren, zodra het kan moet dat plaatsvinden. Verder wil ik niet dat er mensen afscheid komen nemen van mij na mijn dood. Ook mijn partner zal niet naar het crematorium komen”. Daarna een diepe zucht van opluchting, het hoge woord is eruit. Ik vind het helemaal niet raar, maar juist mooi dat hij zo duidelijk is en dat zijn partner ook achter zijn keuze staat. Alle afspraken worden nog even door ons samen geëvalueerd. We drinken een kop koffie en dan maak ik aanstalten om te vertrekken. Wanneer meneer mij naar de deur begeleidt, geeft hij mij een hand en bedankt mij nogmaals. Dan zegt hij op gedempte toon: “Ik denk dat ik nog een maandje nodig ben om al het papierwerk te regelen. Ik wil je nog één ding vragen. Als ik overgebracht word naar het rouwcentrum, wil je dan nog wel even hier blijven bij mijn partner. Ik denk niet dat ze erom zal vragen dan, maar ze is het wel nodig om haar verhaal kwijt te kunnen”. Ik beloof hem dat dat voor mij geen enkel probleem is. Bijna een maand later doet hij mij een belletje dat hij alles afgerond heeft en dat hij de volgende dag zal overlijden. Zijn partner belt mij de volgende dag en vraagt of ik kan komen. Nadat de verzorging gebeurd is, wordt meneer overgebracht naar het rouwcentrum. Zijn partner staart op de straat de rouwwagen na wanneer die vertrekt. Ik vraag haar of ze het fijn vindt wanneer ik nog even bij haar blijf en snikkend zegt ze “heel erg graag”. We nemen samen plaats aan tafel en ik luister alleen maar. Weer voel ik mij vereerd dat ik mensen op zo’n moment bij mag staan.