Skip to main content

Het is goed zo




Ik zit aan de eettafel in een keuken waar het zonlicht uitbundig naar binnen valt. Tegenover me zit een man die de mooie herinneringen aan zijn
vader naar boven probeert te halen. Zijn vader is die ochtend overleden en ze hebben al dertig jaar geen contact meer met elkaar. Met een glimlach vertelt hij over de lange tocht in de sneeuw in de winter van 1979. Zijn vader trok de slee met hem erop langs het bevroren kanaal. Beide de sjaal tot over de neus en de muts tot net boven de ogen om de koude sneeuwvlokken uit hun gezicht te weren. Tranen wellen op in zijn ogen. Tegelijkertijd met de mooie herinneringen komen ook de minder fijne naar boven. Hij zegt dat hij niet weet of hij naar de uitvaart wil. Zijn zus stapt op dat moment de keuken binnen, en ziet meteen hoe het met haar broer gaat. We bespreken hoe de uitvaart eruit gaat zien. Naar wens van hun vader is er geen plechtigheid. Ik neem afscheid van broer en zus. Broer besluit het gesprek met de woorden ‘ik ga niet naar de uitvaart’. Zijn zus omhelst hem en zegt dat het goed is.

Hun vader ligt opgebaard op bed in het verzorgingstehuis. Rondom het bed staan foto’s. Van zijn ouders, en van zijn zoon en dochter. Op de dag van de uitvaart leggen we hun vader over in de kist. De foto’s krijgen een plaatsje naast hem. De verzorgenden staan in een erehaag als we uitgeleide doen. De dochter bedankt hen voor alle goede zorgen. In stilte gaan we naar buiten waar de rouwauto klaar staat. De zon schijnt als we naar het crematorium rijden.

Bij aankomst zie ik, tegen de verwachting in, de zoon bij de ingang van het crematorium staan. Ik nodig hem uit om samen met zijn zus de kist uit de auto te tillen. Samen begeleiden ze hun vader naar binnen. In de crematieruimte staan we kort stil bij zijn leven. Zus leest een gedicht voor en broer staat achter haar. Dan horen we de eerste klanken van de panfluit van El condor pasa – hun vaders lievelingsmuziek. Broer en zus pakken elkaars hand vast. Zus drukt op de knop om de ovendeuren te openen. Als de laatste tonen van de panfluit klinken sluiten de ovendeuren zich. ‘Het is goed zo’ klinkt gelijktijdig uit de monden van broer en zus.